Institutioneel forfait¶
De toepassing Forfait berekent het institutionele forfait: wat de voorziening per dag en per bewoner ontvangt, voor een financieringsjaar.
Het principe¶
Het forfait is in wezen de gefinancierde loonmassa gedeeld door de gefactureerde dagen. Het steunt dus op twee cijfers, beide genomen over de referentieperiode:
de gefactureerde dagen aan de mutualiteiten, per sector en Katz-categorie;
het aanwezige personeel, in voltijdse equivalenten per kwalificatie.
Daaruit berekent Resthome de norm (hoeveel VTE de voorziening voor haar bewoners zou moeten hebben), wat gefinancierd wordt, en de veertien delen van het forfait (A1 tot W1).
Twee periodes niet te verwarren
Referentieperiode — van 1 juli tot 30 juni, in vier kwartalen. Dat is wat gemeten wordt.
Uitbetaald over — van 1 januari tot 31 december van het volgende jaar. Dan wordt het hierboven berekende forfait ontvangen.
Bezetting verliezen verhoogt het forfait
Het is tegenintuïtief en het is goed om te weten: het forfait is een loonmassa gedeeld door dagen. Minder gefactureerde dagen tijdens de referentieperiode geeft het volgende jaar een hoger dagforfait.
Wat Resthome ophaalt, wat u invoert¶
Automatisch opgehaald: de aan de mutualiteiten gefactureerde dagen, het gemiddelde aantal bewoners, de afhankelijkheidsgraad, de erkende bedden, en de normen, barema’s en parameters van de regio.
Door u ingevoerd: een dertigtal cijfers per jaar — de VTE per kwalificatie en per kwartaal, de anciënniteit, de gedesoriënteerde bewoners, de functiecomplementen, de referentiepersoon dementie, en het betekende forfait van de betaler.
De regio’s¶
Alleen de Waalse (AViQ) opbouw is geïmplementeerd. Brussel (Iriscare) en Vlaanderen geven een foutmelding in plaats van een cijfer te benaderen dat verkeerd zou zijn.
Hoe verder¶
Het forfait berekenen — de stappen, van de ophaling tot de tarieven.
Simulaties en actuele opvolging — een wijziging uitproberen, het lopende jaar volgen.